Een Ode aan de Droom
Of, zoals Sara Hermanides het noemt, ode aan de brieven van je ziel, of van je innerlijk weten of je dieper bewustzijn. Ode aan de magie, die er altijd en overal is. Als je jezelf uitnodigt om te zien.
Vroeger wist ik talloze dromen na te vertellen. Maar na mijn kennismaking met plantmedicijnen en die overweldigende en overprikkelende indrukken en ervaringen, stopte dat. Alsof ik afgesneden werd van een wijsheid waar ik geen ja meer tegen durfde te zeggen. Toen mijn moeder vertelde over een bijzondere ontmoeting met onder andere Sara en de magische doch praktische wereld van dromen duiden, prikkelde dat mij. Prompt volgenden drie nachten waarin ik intrigerende dromen droomde en deze de volgende ochtend, en soms eerder al in de nacht, op wist te schrijven. Ik schrijf intrigerende dromen, suggererend dat er ook niet intrigerende dromen zijn. Maar na mijn eigen ontmoeting met Sara en de kennismaking met de boodschappen van dromen, ben ik van mening dat elke droom even uniek en belangrijk is, even intrigerend, omdat ze allemaal een spiegeling zijn van onze binnenwereld en een dieper bewustzijn.
Niet lang nadat mijn moeder vertelde over haar ervaring, besloot ze Sara uit te nodigen voor een dag dromen duiden in het noorden. De uitnodiging stond op 14 februari, Valentijn. Dag van de liefde, voor de ander en voor jezelf. Mij vroeg ze voor de catering, waarop mijn antwoord direct ja was. In eerste instantie vanuit praktische overweging, ondersteuning aan mijn moeder. In tweede instantie, misschien nog wel meer, vanuit nieuwsgierigheid.
In de maanden tussen de uitnodiging en 14 februari is er veel gebeurd en veranderd. Zoals ik in mijn werk wel eens zeg, er zat een heel leven tussen. Of het nou is tussen vandaag en morgen of tussen je geboorte en je dood, elke overbrugging zit een heel leven tussen. En met dat er in mijn leven turbulentie was, zag ik in mijn familie iets vergelijkbaars, een zekere onrust. Mijn zus draagt nieuw leven. Mijn broer verbouwt in zijn huis. Mijn vader ging het aan het hart. Mijn moeder aan het schild. Mijn fundament in beweging.
Tussen de uitnodiging en 14 februari zat een heel leven. Het is na 14 februari dat ik dat leven kan duiden of was het een droom.
Er was ons gevraagd om in aanloop naar deze dag dromen op te schrijven, voor Sara om te duiden. Tot aan de 13e had ik geen droom meer onthouden. Ik had besloten dat het okay was om zonder droom te gaan. Dat ik van het collectief mocht leren, omdat in elke groep en elk verhaal een gemeenschappelijke factor zit. En dat ik eigenlijk mee ging voor de catering, niet als deelnemer. Toch kwam er in de nacht van 13 op 14 februari een droom die mij vroeg in de ochtend wakker maakte om hem op te schrijven.
Nog los van de droomduiding werd er van alles zichtbaar deze dag. In mijn borst een angst om zichtbaar te zijn. Mezelf kenbaar te maken, mijn stem te gebruiken. Een oude angst voor het samenkomen in een groep vrouwen, zichtbaar zijn in een groep vrouwen, omdat het ooit niet veilig was. In mijn onderbuik de vanzelfsprekendheid van mijn aanwezigheid.
Zichtbaar werd ook een ijzerenheinige overtuiging om er pas te mogen zijn als ik een prestatie leverde. Ik was teleurgesteld in mijn eigen bijdrage aan de catering, omdat ik hulp kreeg vanuit de groep. Het niet ''alleen'' had gedaan. En dan telt het niet. Dan heb ik geen recht meer van aanwezigheid. Het is een hardnekkige overtuiging. Gelukkig nu zichtbaarder om te relativeren. Om uit te ademen en dankbaar te zijn voor de steun, het samen doen.
Ook realiseerde ik mij hoe zwaar de blokkade op mijn stem weegt als ik mijn binnenwereld kenbaar wil maken aan de buitenwereld. Dat wat mij roert en raakt. Zacht praten. Stotteren. Struikelen over woorden. Hoge hartslag. Snelle ademhaling. Chaotisch. Twijfel over de woorden. Iedereen kijkt naar mij, luistert, hoort mij. Ik mag het nog een keer zeggen. Luider. Steviger. Zeker. Iedereen keek naar mij, luisterde, hoorde mij. Ik kreeg tijd, ruimte, er was bedding voor het landen.
Mijn droom was een initiatiedroom, zoals Sara en Katrien het noemden. Refererend aan een traditie die nog steeds geleefd word door inheemse volkeren. Op pad gestuurd worden door mijn vader, de roemrijke wolf, met licht en een zak met ballen. Achterom kijken en het hoofd van mijn pack zien. Rugdekking. Om af te dalen in mijn zijn. Licht schijnen op mijn oude wijsheid. Warm gehouden in mijn basis. Naar buiten stappen in mijn wilde natuur en daar angstvallig naar alle beren kijken. De beren op de weg. In beweging blijven is de boodschap. Niet stilstaan en problemen bedenken. Uit het verstand, uit de ver-stand. Dicht bij mijn natuur blijven.
Het is met tranen in mijn ogen dat ik luister naar de woorden die gegeven worden aan wat zich die nacht heeft laten zien in de vorm van een droom. Tranen van herkenning, weten, maar ook tranen van diepe dankbaarheid voor mijn vader, de man die mij het licht gaf, de ballen gaf om de wereld in te stappen. Dankbaarheid en diep respect voor mijn moeder, de springplank die mij het leven in werpt. En tranen voor het pad wat ontstaat door te springen. Iets los te laten om verder te gaan.
Je weet wat je te doen staat, werd gezegd.
Ik weet wat mij te doen staat. En dat zit hem niet in het doen, niet in het bedenken. De beweging is er al. Volgen. Ademhalen. Voeten op de grond. Mijn pad, mijn natuur lopen. Niet niks doen, maar niet doen. Lees dat nog maar een keer.
Vanaf mijn jeugd heb ik veel weerstand gehad op mijn ‘eigen’ pad. Altijd anders dan de rest. Ik heb me afgezet tegen mijn aard, tegen mijn geloof, tegen mijn zienswijze. Gevochten tegen het niet passen in, niet horen bij, niet meekomen met, niet aansluiting vinden bij, niet zijn zoals de rest. Proberen aan te passen. Man, wat een hard werken is dat! En hoe verdrietig. Want mezelf ontkennen voor en onderdrukken van wie ik ben, voor wat ik voel, hoe ik de wereld ervaar, is toch zo eeuwig zonde en doet zo’n afbreuk aan het wezenlijke in mij.
Wat een geschenk een vrije denker te zijn.
Met diepe buiging en dank voor de vrouwen die gehoor gaven aan de roep van mijn moeder. Voor mij, voor ieder van ons, om te herinneren wie we werkelijk zijn. Lang geleden afgesproken, nagekomen op de dag van de liefde.
Waarachtig.

Reacties
Een reactie posten